CHIJNSGOED-IN-GEVAAR

Selectie Menu 

Laatste nieuws

'Pluimveehouderij verspreidt ESBL-enzymen met resistentie tegen antibiotica'
ESBL-enzymen die resistent zijn tegen antibiotica - verspreiden zich vanuit de intensieve veehouderij via de voedselketen naar ziekenhuizen. Daar is nu hard bewijs voor gevonden. aldus veterinair onderzoeker Dik Mevius. Utrechtse en Wageningse onderzoekers vergeleken de ESBL-producerende bacteriën die waren gevonden bij ziekenhuispatiënten, supermarktkippen en pluimveebedrijven. Ze isoleerden zes varianten van ESBL-genen en vonden dat deze genen bij 35% van de ziekenhuispatiënten identiek waren aan de ESBL-genen op kippenvlees. De wetenschappers publiceerden over het onderzoek in het wetenschappelijke tijdschrift Clinical Microbiology and Infection.

De onderzoekers baseren zich op 500 analysemonsters van ziekenhuispatiënten en 100 pluimveevleesproducten uit supermarkten. De ESBL-producerende darmbacteriën zijn resistent tegen cefalosporinen en andere groepen antibiotica. De toename ervan was al in verband gebracht met het hoge antibioticagebruik in de veehouderij. Alle vleeskuikenbedrijven zijn positief getest op ESBL en 94% van de kipproducten die in de winkel blijkt besmet.

Bij goed verhitten worden de ESBL-producerende bacteriën allemaal gedood, meldt Mevius. Niettemin moet het antibioticagebruik in de veehouderij fors omlaag om de verspreiding van de resistente ESBL in de voedselketen te verminderen. De onderzoeker betwijfelt of de doelstelling van de Nederlandse regering om het antibioticagebruik te halveren, voldoende zal zijn om de verspreiding van ESBL-enzymen te stoppen. "De ESBL-producerende bacteriën komen inmiddels overal voor, ook in het oppervlaktewater." Mevius pleit voor drastische hygiënemaatregelen op veehouderijbedrijven om te komen tot ESBL-vrije vleeskuikens.

Bron: Resource - Wageningen UR, 16-08-2011

Begrippenlijstboek

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z
 
 A
A- en B-gebieden A-gebieden: ‘zeer kwetsbare natuurgebieden’: gebieden die zeer gevoelig zijn voor verzuring (de kritische depositiewaarde ligt lager dan 1400 mol stikstof per ha per jaar). B-gebieden: ‘kwetsbare gebieden’: gebieden die gevoelig zijn voor verzuring (de kritische depositiewaarde ligt tussen 1400 en 2400 mol stikstof per ha per jaar). De A- en B-gebieden vormen samen de ‘kwetsbare gebieden’ zoals bedoeld in de Wet ammoniak en veehouderij.
Achtergronddepositie De neerslag (= depositie) van stoffen uit de lucht (lees ammoniak of stikstofoxiden) in een bepaald gebied, waarbij de herkomst van de stoffen buiten dit gebied ligt.
Ammoniak Ammoniak (NH3) is een stikstofverbinding die overal in het milieu voorkomt. Een teveel aan ammoniak is slecht voor het milieu: het kan de bodem zuur maken (verzuring), wat vooral voor bos- en natuurgebieden schadelijk is. Meer dan helft van de verzuring in Nederland komt door de uitstoot van ammoniak. Ook kan ammoniak een overdaad aan voedingsstoffen veroorzaken, waardoor bijvoorbeeld de algengroei in het water explosief toeneemt (vermesting). De huidige overmaat aan ammoniak in het milieu is voor  90 procent uit de landbouw afkomstig. De ammoniak ontsnapt uit de stallen of komt in de lucht terecht na bemesting van het land (emissie). Via de lucht komt het ammoniak in de bodem of het water terecht als stikstof (depositie). Een zichtbaar bewijs van teveel ammoniak in de lucht zijn de groen uitgeslagen dakpannen en betonstenen van de oprit zoals we die hoofdzakelijk in de gebieden met intensieve veehouderij zien.
Amoniakdepositie Ammoniak die uitgestoten wordt van veehouderijbedrijven die weer neerslaat op de grond als stikstof.
Amoniakemissie De ammoniak die ontsnapt uit de stallen of vervluchtigt vanaf pas bemest land.
AmvB Afkorting voor Algemene Maatregel van Bestuur. Een AmvB is het uitvoeringsbesluit behorende bij een wet, wordt genomen door de Kroon of regering, en heeft een algemene strekking.
Autonome ontwikkeling Ontwikkelingen die plaatsvinden zonder dat 1 van de alternatieven wordt uitgevoerd.
 B
Basisrichtprijs Hoort bij het markt- en prijsbeleid van de EU. Het is de streefprijs die door de landbouwministers jaarlijks voor elk product wordt vastgesteld met het oog op de kosten en de inkomens van de landbouwers. De basisrichtprijs is het uitgangspunt van de garantieregeling.
BREF: BAT reference document In het kader van de IPPC richtlijn krijgen alle betrokken partijen (industrie, milieuministeries en andere belanghebbende partijen) de kans om iedere vijf jaar vast te leggen wat als best beschikbare techniek gangbaar is binnen een bepaalde branche. Deze documenten worden weliswaar breed gedragen, maar bevatten geen normen. Om vast te stellen of iets beschikbaar is, dient de techniek economisch en technisch haalbaar te zijn binnen de branche. Ook kunnen kosten en baten worden afgewogen. Tot slot moet de techniek ook redelijkerwijs verkrijgbaar zijn.
 
Concentratiegebieden Gebieden met veel intensieve veehouderij.
Cross compliance Cross Compliance vormt sinds 2003 een belangrijk onderdeel van het hervormde Gemeenschappelijk Landbouw Beleid. De hervormde horizontale verordening van het GLB schrijft een verplichte Cross Compliance voor. Dat betekent dat boeren moeten voldoen aan een aantal richtlijnen.
 
Depositie Zie ammoniakdepositie
Derogatie In de Nitraatrichtlijn is bepaald dat vanaf 2003 niet meer dan 170 kg stikstof per hectare per jaar uit dierlijke mest op het land mag worden gebracht. Lidstaten mogen een andere hoeveelheid dan 170 kg vaststellen, mits geen afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de richtlijn. Die doelstelling is: bescherming van grond- en oppervlaktewater tegen nitraatverontreiniging als gevolg van het gebruik van stikstofmeststoffen in de agrarische sector. De mogelijkheid om af te wijken van 170 kg wordt derogatie genoemd. Kiest een land voor een afwijkende hoeveelheid dan moet dit worden gemotiveerd en wetenschappelijk onderbouwd. Nederland heeft een derogatie aangevraagd voor grasland van 250 kg in plaats van 170 kg. Dit derogatieverzoek is onderbouwd met een wetenschappelijk rapport dat is opgesteld door het RIVM, in samenwerking met andere onderzoeksinstituten. De conclusie van het onderzoek is dat voor grasland op vochthoudende gronden een derogatie van 360 kg kan worden gemotiveerd en op droge zandgronden een derogatie van circa 290 kg.
Duurzame locatie Een bestaand agrarisch bouwblok met een zodanige ligging dat het zowel vanuit milieuoogpunt (ammoniak, stank) als ruimtelijk oogpunt (natuur, landschap) verantwoord om te laten groeien tot een bouwblok van maximaal 2,5 ha voor een intensieve veehouderij.
 E
Ecologische hoofdstructuur (EHS) Samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden.
Ecologische verbindingszone (EVZ) Zone die dienst doet als migratieroute voor planten en dieren tussen verschillende natuurgebieden. Aanleg van verbindingszones heeft als doel barrieres tussen deze gebieden op te heffen.
Exportrestitutie Vergoeding, subsidie die landbouwers krijgen om het prijsverschil van landbouwproducten met de wereldmarktprijs op te heffen. Deze openlijke vorm van subsidie is door de WTO onderhandelingen langzaam aan het verdwijnen.
Extensiveringsgebied Ruimtelijk begrensd gedeelte van een reconstructiegebied met als hoofdkenmerk natuur of overig, waar uitbreiding, hervestiging of nieuwvestiging van in ieder geval intensieve veehouderij onmogelijk is of in het kader van de reconstructie onmogelijk zal worden gemaakt.
  F
Fosfaat Fosfaat heeft verschillende effecten op organismen. Deze effecten zijn vooral het gevolg van emissies van grote hoeveelheden fosfaat door middel van mijnbouw en landbouw in het milieu. Bij de zuivering van water wordt fosfaat doorgaans niet goed verwijderd, zodat het zich wanneer het in het oppervlaktewater terecht komt over grote afstanden kan verspreiden. Vanwege de constante toevoeging van fosfaat door menselijke activiteiten en het overschrijden van de natuurlijke concentratie, is de fosforcyclus sterk verstoord. De verhoogde fosforconcentraties in oppervlaktewateren doen de groei van fosfaatafhankelijke organismen, zoals algen en eendekroos, toenemen. Deze  organismen gebruiken grote hoeveelheden zuurstof en zorgen ervoor dat er geen zonlicht in het water kan komen. Hierdoor wordt het water voor andere organismen onleefbaar. Dit wordt ook wel eutrofiering genoemd.
 
Garantieregeling Een regeling sinds 1 oktober 2009 waarbij land- en tuinbouwbedrijven die door de economische crisis geen geld meer kunnen lenen voor werkkapitaal bij de overheid kunnen aankloppen. De garantstelling geldt voor leningen van maximaal € 850.000 per bedrijf. De overheid staat voor 50% garant van de leningen. Voor de andere 50% staat de bank garant. Dat geeft de banken extra zekerheid. Mocht het bedrijf ondanks dit krediet het niet redden, dan neemt de overheid 50% van de overgebleven schuld op zich.
GLB Het beleid dat de EU voert ten aanzien van de landbouw in alle lidstaten (Gemeenschappelijk Landbouw Beleid).
Groene Hoofdstructuur (GHS) Een samenhangend netwerk van alle natuur- en bosgebieden, landbouwgebieden en andere gebieden met bijzondere natuurwaarden en landbouwgebieden die bijzondere potenties hebben voor de ontwikkeling van natuurwaarden (aangeduid in het Streekplan Noord-Brabant 2002).
 
Habitatrichtlijn De Habitatrichtlijn is een EU-richtlijn die zich richt op het waarborgen van de biologische diversiteit door het instandhouden van natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna op het Europese grondgebied. Het betreft zowel bescherming van gebieden als soorten. Een Habitatrichtlijngebied is een gebied dat aan de criteria van deze EU-richtlijn voldoet en daarom beschermt dient te worden.
 
Inplaatsing Het toestaan van voortzetting van landbouwbedrijvigheid in het betreffende gebied door een bedrijf dat elders moet beëindigen. Het betreft hier dus boeren uit de eigen omgeving die niet op hun huidige plek kunnen/mogen groeien en dat wel kunnen op een andere plek in dezelfde regio.
Intensieve veehouderij Een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf waarin het houden van vee of pluimvee de hoofdzaak is en waarbij dientengevolge sprake is van specifieke belasting van de leefomgeving en het natuurlijk milieu door stankoverlast, mestoverschotten en ammoniak.
Interventieprijs Hoort bij het markt- en prijsbeleid van de EU. Het is de feitelijke marktprijs van een bepaald product die lager is dan de basisrichtprijs en aanleiding is tot ingrijpen (intervenieren). De EU koopt dan het betreffende product waardoor het aanbod kleiner wordt en de prijs weer stijgt. Het risico ligt nu bij Europa, bij u dus. Leuk ondernemen!
  J
   
 
Kritische depositiewaarde Dit is de hoeveelheid ammoniakdepositie die een ecosysteem nog kan verdragen zonder schade te ondervinden.
 
Landbouwontwikkelingsgebied (LOG)

Ruimtelijk begrensd gedeelte van een reconstructiegebied met de mogelijkheid tot uitbreiding, hervestiging of nieuwvestiging van intensieve veehouderij.

  M
Mestvarkeneenheid (MVE) Meeteenheid waarin stankproductie van veehouderijbedrijven en van opslag en aanwending van mest wordt uitgedrukt.
Mol Eenheid die gebruikt wordt in de bemestingsleer en in het Reconstructieplan in combinatie met stikstof. 1 mol stikstof = 600 triljard stikstof atomen, en die wegen gezamenlijk 14 gram. Dus: 1 kg stikstof bevat (1000 gram gedeeld door 14 gram) = 71 mol stikstof.
 
Natte parel Regenwater moet de bodem in kunnen zakken en niet onmiddellijk naar de rivier worden afgevoerd. In de regio liggen veel verdroogde natuurgebieden. Daar moet het grondwater kunstmatig omhoog worden gebracht. Er ontstaan dan zogeheten ‘natte parels’. Die zullen ook een ‘vernatting’ van de omliggende landbouwgebieden veroorzaken.
Natuurparel Zogenaamde begeleid-natuurlijke eenheden en de daarbuiten gelegen bos- en natuurgebieden die bijzondere natuurwaarden hebben vanwege specifieke omstandigheden van de bodem of het (grond)water.
Natuurdoeltype Een nagestreefde combinatie van abiotische en biotische kenmerken. Abiotische kenmerken bestaan onder meer uit bodem, reliëf, voedingstoestand, hydrologie (= wetenschap die de kringloop van het water bestudeert), erosie en sedimentatie (= afzetting). Biotische kenmerken bestaan uit soorten en soortencombinaties met bijbehorende processen als primaire productie, herbivoren (= planteneters) en predatie (= het verschijnsel dat sommige dieren andere dieren doden en verslinden).
Nitraat

Er zijn drie belangrijke bronnen van nitraat in de voeding:
Groenten: Nitraten komen van nature veel voor in groen voedsel. In de winter is de hoeveelheid nitraat in groenten ongeveer anderhalf keer zo groot als in de zomer. De gemiddelde hoeveelheid nitraat in bijvoorbeeld kropsla is in de winter gemiddeld 3,2 gram tegen 2,2 gram per kilogram in de zomer[bron?]. Maar ook bij voorjaarsspinazie en veldsla kunnen hoge nitraatgehaltes voorkomen, evenals bij andijvie, raapstelen, kool, bietjes, rucola, postelein en selderij. Er zijn dan ook per gewas en tijdsperiode van het jaar nitraatnormen opgesteld, waarbinnen het geoogste product moet blijven wil het op de markt gebracht mogen worden. Zo mag sla 's-zomers 2500 mg nitraat/kg bevatten en van 1 november tot 1 mei 4500[bron?]. De overheid streeft naar een nitraatnorm van maximaal 2500 mg per kg groente.
Conserveermiddelen: Nitraten worden tevens toegevoegd als conserveringsmiddel aan kaas en vleeswaren. Daarbij gaat het om natriumnitraat en kaliumnitraat (E-nummers respectievelijk E251 en E252). De nitraatzouten voorkomen de ontwikkeling van de bacterie die botulisme veroorzaakt. In vleeswaren zorgen ze bovendien voor de mooie roze kleur van het product.
Drinkwater. Wanneer de bodem intensief bemest wordt, komt het nitraat na verloop van jaren uiteindelijk in het grondwater terecht. In gebieden waar grondwater wordt gebruikt als grondstof voor drinkwater blijkt dit water steeds meer nitraat te bevatten. Boven zandgronden in zuid- en oost Nederland komen nitraatgehaltes van 20-50 mg per liter voor.

 
Omgevingsvergunning De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor de deelaspecten: bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu.
De omgevingsvergunning kan nodig zijn als een burger of een bedrijf op een bepaalde plek iets wil gaan slopen, (ver)bouwen, oprichten of gaan gebruiken. Circa 25 verschillende toestemmingen - waaronder de bouwvergunning, milieuvergunning, sloopvergunning - op het gebied van ruimte, bouwen, milieu, natuur en monumenten zijn op 1 oktober 2010 geïntegreerd tot één vergunning: de omgevingsvergunning. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) die de omgevingsvergunning regelt, is in werking getreden op 1 oktober 2010.
 
Particuliere opslagregeling (Subsidie)regeling waarbij Europa (door overproductie) vlees uit de markt neemt, op eigen kosten opslaat en dit na een bepaalde periode weer op de markt brengt. Het probleem is dat bij herstel dit vlees weer op de markt komt en zodoende het prijsherstel zal vertragen als het vlees alsnog op de Europese markt komt. Onder druk van de boerenlobby zal het vlees daarom meestal (met verlies) buiten Europa worden afgezet. Op kosten van de belastingbetalers uiteindelijk, want dat is de leukste vorm van ondernemen.
Prioritaire gebieden Gebieden die als eerste aangepakt geworden, waaronder o.a. de uitspoelingsgevoelige gronden.
 
Q-koorts

Q-koorts is een infectieziekte die van dieren kan overgaan op mensen. In Nederland zijn besmette melkgeiten en melkschapen de bron van de ziekte bij mensen. De meeste mensen lopen Q-koorts op door het inademen van lucht waar de bacterie inzit, tijdens de lammerperiode (februari tot en met mei) van geiten en schapen. Dat betekent dat mensen besmet kunnen worden door dieren die de bacterie bij zich hebben. Q-koorts bij mensen komt vooral in het zuiden van Nederland regelmatig voor.

  R
   
 
Stankoverlast Als een geur hinderlijk wordt, spreken we van stank. Dat is vervelend. Maar naast het ondervinden van hinder kunnen mensen ook lichamelijke klachten overhouden aan stank, bijvoorbeeld hoestbuien, hoofdpijn of een verstoorde ademhaling. Als het vlak bij huis vaak stinkt, kan dat een reden zijn om te verhuizen. STank kan zelfs leiden tot gevoelens van sociaal isolement of van onveiligheid.
Stikstof Stikstof komt voor in verschillende vormen. Stikstofgas, ammoniak en nitraat zijn enkele bekende voorbeelden. Stikstofverbindingen verschillen in aard en oorsprong. Sommige zijn belangrijke meststoffen voor de landbouw, andere al snel schadelijk voor mens en natuur. De huidige overmaat aan stikstofverbindingen in ons milieu leidt tot problemen voor mens en natuur.
Stikstofdepositie De ammoniak in de lucht komt voor een groot deel weer op de grond terecht als stikstof, via wind, regen, sneeuw en mist.
 
   
 U 
Uitplaatsing Het beëindigen van landbouwbedrijvigheid in het betreffende gebied en het voortzetten van het bedrijf elders (voorbeeld: een bedrijf stopt in Helmond en gaat verder in Chijnsgoed).
  V
Verbindingszones Verbindingszones verbinden de natuurgebieden met elkaar. Er zijn zowel droge als natte verbindingszones. Daarnaast zijn er robuuste verbindingen die de meest waardevolle natuurgebieden met elkaar verbinden.
Verwevingsgebied Ruimtelijk begrensd gedeelte van een reconstructiegebied, gericht op verweving van landbouw, wonen en natuur. Hervestiging of uitbreiding van intensieve veehouderij is mogelijk mits de ruimtelijke kwaliteit of functies van het gebied zich daar niet tegen verzetten.
Vogelrichtlijngebied De vogelrichtlijn is een EU-richtlijn die zich richt op de instandhouding van alle in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied. Dit gebeurt door zowel de bescherming van gebieden (SPA’s: speciale beschermingszones) als de bescherming van soorten. Een Vogelrichtlijngebied is een gebied dat aan de criteria van deze EU-richtlijn voldoet en daarom beschermd dient te worden.
 
Waterbergingsgebied Gebieden waar bij overvloedige neerslag het water heengeleid kan worden om wateroverlast te voorkomen.
WTO World Trade Organization: Wereldhandel organisatie waar algemene afspraken worden gemaakt over handel ten einde een systeem van vrijhandel te bevorderen. (Voorheen GATT – General agreement of tariffs and trade).
  Z